Wij bepleiten een maximale looptijd van 18 maanden voor de werkloosheidsuitkeringen indien de werkzoekende weinig of geen inspanningen doet in het kader van de begeleidingstrajecten van de VDAB. Los van deze resultaatsverbintenis, bepleiten we een opschorting van deze looptijd wanneer de werkzoekende kan aantonen dat diens opleidingstraject (O), vrijwilligerswerk (V) én mantelzorg (M) opgeteld, ten minste gelijkgesteld kunnen worden aan 3/4de van een voltijdse baan.

Hieruit volgt dat de looptijd van de werkloosheidsuitkering bevroren wordt zolang voldaan wordt aan de volgende formule:

(O) + (V) + (M) ≥ 75% voltijds

De opbouw van de uitkeringsgerechtigheid blijft ongewijzigd, wat inhoudt dat de werkloze de vereiste minimale arbeidsdagen dient te bewijzen. Indien hieraan niet wordt voldaan, wordt de looptijd hervat die bereikt werd voor de werkloze de laatste keer terug aan de slag is gegaan.