Missie:

Artikel I:

Ons eerste referentiepunt is de gemeenschap der Belgische staatsburgers, en het gemenebest waarvan zij de eigenaars en eerste belanghebbenden zijn. We geloven dat deze gemeenschap in haar ideale gedaante bijeengehouden wordt door een gedeelde geschiedenis en cultuur. Deze banden zijn onverbrekelijk en niet onderworpen aan de logica’s van markt en geopolitieke strategie. Dientengevolge zijn alle inwoners van dit land onze eerste bekommernis, waaronder hun noden, hun welzijn, hun veiligheid en hun rechten.

Wij geloven in een sterke publieke cultuur die gehandhaafd wordt door vrijwillige participatie en individueel burgerinitiatief, waaraan iedereen organisch kan bijdragen. Deze moet functioneren als het sociale bindweefsel van de samenleving. Het is onze vaste overtuiging dat de eenheid van landen en volkeren niet in hoofdzaak berust op de Staat of de Wet, maar op menselijke banden die rationele kwantificatie en manipulatie te boven gaan. Deze overtuiging wordt uitgedragen met respect voor de staatshervormingen uit het verleden én wordt met het oog op toekomstige (staats)hervormingen ter harte genomen.

Principes:

Artikel II:

Een eerste beginsel van waaruit wij in ons denken en handelen vertrekken, is dat van de voorzichtigheid. Wij houden ons te allen tijde aan een conservatief progressivisme in de geest van bestendige vooruitgang. Wij achten dat de tradities, staatsstructuren en cultuur die door de eeuwen heen op natuurlijke en organische wijze in onze contreien gegroeid zijn, hun nut afdoende bewezen hebben door hun permanentie. Dientengevolge zijn we heel voorzichtig om deze resultaten van empirische processen te vervangen door de frivole en feilbare menselijke rede, wanneer deze bevangen is door de waan van de dag.

Artikel III:

De liberale vrijheden en rechten die we in ons land bezitten, beschouwen we als een kostbare verwezenlijking en erfenis van onze voorvaderen van over de hele wereld, één die wij hopen te kunnen doorgeven aan onze nakomelingen. De belangrijkste onder deze is in onze visie gevrijwaard te zijn van staatsinterventie in onze levens, in het bijzonder waar zij tracht te interfereren met onze keuze van persoonlijke moraal en levensstijl. In overeenstemming met een gangbare morele theorie beschouwen wij de Staat als het uitvloeisel van een sociaal contract onder de leden van de nationale gemeenschap, dat tot doel heeft enkele basisrechten en -vrijheden te garanderen voor allen, in hoofdzaak het recht op (1) veiligheid van persoon en bezit, ongeacht of deze bedreiging domestiek dan wel van buitenlandse oorsprong is, (2) rechtvaardige arbitrage van geschillen met de centraliteit van het vermoeden van onschuld, (3) moderne en goed onderhouden collectieve infrastructuur en (4) de sympathie en hulp van zijn medemens in moeilijke tijden. In lijn met de liberale traditie affirmeren we met grote nadruk dat deze rechten en vrijheden onvervreemdbaar zijn. De Staat mag de individuele vrijheid derhalve slechts beknotten ingeval ze kan aantonen dat dit strikt noodzakelijk is voor de handhaving van publieke orde en gelijke vrijheid.

In ons land zijn we tot op heden gedwongen te opereren binnen een context waarin een grote en dominante staat, omwille van historische redenen, verankerd zit in het collectieve bewustzijn en de aard van ons gemenebest, in lijn met het Franse model in plaats van het Angelsaksische. Het is onze wens te evolueren in de richting van dit Angelsaksische model als een betere waarborg voor de rechten en vrijheden die we terecht én eeuwigdurend als ons beschermenswaardig bezit beschouwen. Evenwel herbevestigen we ons respect voor de hier gegroeide traditie van humaniteit in de erkenning van het recht op ondersteuning van het individu door de gemeenschap in moeilijke tijden, met behulp van alle instrumenten van de participatiesamenleving. Wij erkennen dit laatste bovendien als een essentiële manier om de banden van de nationale, regionale en lokale gemeenschappen te versterken en te ondersteunen.

Artikel IV:

Wij geloven dat de Staat, wanneer zij de voorgeschreven en welomlijnde taken – hierboven in herinnering gebracht – die de hare zijn overschrijdt, niet alleen een onnodige last plaatst op de schouders van de gemeenschap, maar tevens de liberale vrijheden actief beschadigt. Dientengevolge staan wij de strikte beperking van de Staat tot haar functies voor, alsmede een voortdurende monitoring ervan. Tevens menen we dat burgerlijke initiatieven – al dan niet ondersteund door of vanuit middenveldorganisaties – overal waar dit mogelijk is, toestemming en ondersteuning moeten krijgen om bepaalde overheidsfuncties over te nemen, in het bijzonder die van het sociale vangnet. Spontane gemeenschappelijke solidariteit dient verkozen te worden boven onpersoonlijke, koude interventie van staatswege, temeer omdat het bijdraagt tot de versterking van het sociale weefsel.

Algemene beleidslijnen:

Artikel V

Wij betreuren ten zeerste dat de opname van ons patrimonium van rechten en vrijheden, als een vanzelfsprekendheid in het collectieve bewustzijn, afbreuk heeft gedaan aan de waardering die ze behoren te genieten. Wij geloven dat bewust en verantwoordelijk gebruik van burgerrechten, met name het stemrecht, in een liberale democratie noodzakelijk is voor het handhaven van de algemene welvaart en het nationaal belang. De mogelijkheid om zijn stem te mogen uitbrengen in een verkiezing moet opnieuw gezien worden als een verworven voorrecht, dat als dusdanig ook de plicht om een doordachte keuze te maken met zich meebrengt. Evenzeer geldt dit voor de vrijheid: zij is een uitdrukking van het vertrouwen van de gemeenschap in het goede karakter van een individu. De afschaffing van de opkomstplicht is in deze voor ons een schijnbaar paradoxaal hulpinstrument om het stemrecht de plaats te geven dat het verdient. Politieke partijen moeten bijgevolg gedwongen worden om de kiezer hiervan te overtuigen door hen centraal te plaatsen voor, tijdens én na de campagne.

Artikel VI:

Hoewel we resoluut geloven in het verworven recht op autonomie en individuele vrijheid, erkennen we de heilzaamheid van de natuurlijke gelaagde inbedding van het individu in een stelsel van sociale en maatschappelijke structuren: wijk, dorp, stad, regio, provincie, landsdeel, natie, enz. Deze inbedding dient te geschieden door middel van een gereguleerd burgerparticipatiemodel dat afgestemd is op het niveau waarop het wordt ingeroepen.

Artikel VII:
Wij geloven dat de natie de voornaamste modus is waarin identiteit zich in het Westen heeft uitgedrukt, en dat dit feit, net als alle andere gewoontes die zich duurzaam in de geest van een volk of gemeenschap hebben weten te verankeren, vrijwel onmogelijk gewijzigd kan worden door een regering, tenzij ze zich bezondigt aan uiterst disproportionele, schadelijke, onrechtvaardige en buiten haar bevoegdheid liggende praktijken. Dientengevolge geloven we dat de supranationale samenwerkingsverbanden binnen de Europese Unie een waarborg kunnen zijn voor de gedeelde nationale belangen. Teneinde de Europese Unie te ontdoen van haar democratisch deficit, staan wij echter voor een democratiseringsproces dat het toenemende spanningsveld tussen het nationale en supranationale niveau weet te ontmijnen. Daarbij geniet de voorkeur om waar nodig de Europese samenwerking te intensiveren of net af te bouwen in functie van de nationale soevereiniteit.

Artikel VIII:

Wij steunen het recht van volkeren met een geschiedenis, gedachtegoed en historisch gegroeide identiteit om eigen systemen van staatkundige organisatie en maatschappelijke ordening te bepalen, ook al weerspiegelen ze andere normen en waarden dan de onze, zij het binnen de brede perken van de menselijke beschaving. Wij verwerpen ten stelligste tirannie en dictatuur – alle stelsels waarin de macht op arbitraire, onvoorspelbare, wetteloze en brutale wijze wordt uitgeoefend –, alsook totalitarisme – elk stelsel waarin de staat alle deelgebieden van het menselijke leven beheerst. Wij verzetten ons ook tegen invasie en ‘militaire interventie’ als ongeoorloofde inbreuken op de soevereiniteit van een volk, instrumenten van het neokolonialisme en inefficiënte en contraproductieve wijzen om wenselijke veranderingen te bewerkstelligen. Wij staan gestage evolutie voor als de enige manier om duurzame verbeteringen te bewerkstelligen, omdat ze op deze wijze opgenomen worden in de geest en boezem van het collectieve volksbewustzijn.

Wij geloven in het aanpakken van oorzaken, niet van symptomen. Dientengevolge staan we een geopolitieke visie voor die de ontmanteling van het neokoloniale wereldsysteem van handels-en machtsrelaties inhoudt. Dit doen we met de wens om de levensomstandigheden van eenieder die in armoede en miserie leeft te verbeteren, opdat ze hun talenten en gaven kunnen delen met de wereld. Geen enkele mate van grenscontrole of deportatie zal de toestroom van migranten die het gevolg is van deze situatie kunnen stoppen. Daarom kiezen we voor een beleid dat de oorzaken van deze migratie aanpakt, zodat men zijn thuisland niet moet verlaten om de kans te hebben een geslaagd en vervuld leven te leiden.

Artikel IX:

Wij erkennen dat er in ons land een opdeling bestaat van de samenleving in verschillende identitaire bevolkingsgroepen, wiens onderlinge relatie gaat van een pacifistische co-existentie tot bepaalde vormen van politieke vijandigheid, met hoogst nefaste consequenties voor het gemenebest. Daarom staan wij een nationale verzoening voor die een gezond en organisch samenleven kan grondvesten, met respect voor elke Belgische staatsburger en zijn of haar fundamentele rechten en vrijheden. Het mag nooit of te nimmer geschieden dat burgerrechten worden ingeperkt, of de liberale grondslagen van de rechtsstaat geschonden worden, in de verwezenlijking van deze opdracht. Wij enten onze strategie op de volgende pijlers.

(1) De Staat mag enkel argumenten aanvaarden die gebaseerd zijn op objectieve en redelijke principes, met inbegrip van de liberale basisprincipes waarop zij gebouwd is.
Wij affirmeren het secularisme van de Verlichting, opgevat als de wederzijdse verbintenis van Staat en Kerk – en in het verlengde daarvan, elke religieuze gemeenschap of vereniging – om zich niet met elkaar te bemoeien bij de uitoefening van de eigen regelgevingen die in lijn zijn met de algemene rechtsbeginselen en het gewoonterecht, als een uitstekend instrument om het samenleven te bevorderen. Wij verwerpen echter ten stelligste de zeer onliberale en ronduit foutieve opvatting van de aan het secularisme toegedichte bemoeilijking van de religieuze uitdrukkingen en levensstijlen of de verbanning ervan uit de publieke ruimte. Ook hierin wensen we te evolueren naar het Angelsaksische model dat religieuze uitdrukkingen in de publieke ruimte onder strikte voorwaarden gedoogt, in plaats van het Franse model dat ze onder alle omstandigheden weert.

Religie is niets anders dan een manier waarop men gebruik kan maken van de vrijheid van overtuiging, denken, vereniging en klederdracht, alsmede het recht om de kinderen op te voeden in de geest van die religieuze identiteit. Dientengevolge dient zij niet anders behandeld te worden dan als een welbepaald aggregaat van deze rechten.

(2) Instituties die collectieve financiering vanwege de gemeenschap der belastingbetalers genieten, nemen dientengevolge ook de plicht op om de principes van de liberale rechtsstaat na te komen.
Deze houden de gelijkheid van alle burgers in, alsmede hun recht op maximale vrijheid binnen de perken van openbare orde. Wij wensen de neutraliteit van de Staat (en het onderwijs) te waarborgen door toe te zien op de objectiviteit van hun diensten, niet door de vrijheid van zij die deze diensten leveren te beknotten. Voor de toetsing van deze objectiviteit zijn voldoende instrumenten bij wet voorzien.

Wij achten de invoer van quota niet als een wenselijk instrument binnen de private sector, omdat ze in strijd zijn met het basisprincipe van ondernemingsvrijheid, een paternalistische houding van de overheid belichamen t.a.v. de vrije markt, en bovendien niet per definitie bijdragen aan de kwaliteit van de commerciële diensten. Sensibiliseringsmaatregelen zijn van overheidswege wel aangewezen stimuli om de gewenste constellatie te bereiken. Alleen binnen de publieke sector zijn quota desgevallend een nuttig en effectief instrument om de nodige maatschappelijke evenwichten te bereiken. Meer bepaald quota die betrekking hebben op het bereiken van een genderevenwicht in de Raden van Bestuur van overheidsbedrijven, de consequente genderrotatie op de kieslijsten van de eerste tot de laatste plaats én de samenstelling van de verschillende bestuurscolleges en regeringen.

(3) Maatschappelijke krachten die wensen te bouwen aan een gemeenschappelijke nationale en regionale identiteit, geënt op de tradities en cultuur die van oudsher in onze gebieden bestaan, dienen door de verschillende overheden ondersteund te worden binnen de zeer nauwe grenzen die de liberale basisbeginselen opleggen.

Artikel X:

Wij verwerpen de disproportionele invloed van de Staat in de media als een schending van de grenzen van haar bevoegdheden en een inbreuk van de scheiding der machten. We erkennen natuurlijk wel de noodzaak van een publieke bron van correcte informatie, die toegankelijk is voor alle burgers, voor een goed functionerende liberale democratie.

Artikel XI:

Het gezin, in de breedste zin van het woord, vormt naar onze opvatting de bouwsteen van de samenleving. De Staat dient het gezin structureel te ondersteunen vanuit de sociaal-contractuele bekommernis om de opvoeding van de volgende generatie te verzekeren. De erkenning die het gezin en de verschillende samenlevingsvormen genieten moeten vanzelfsprekend losstaan van elke levensbeschouwing of gemeenschap. Bijkomende ceremonies behoren tot de sfeer van de persoonlijke vrijheid. De banden binnen het gezin zijn heilig en overstijgen de logica’s van markt en politiek. Wij verzetten ons daarom bijzonder sterk tegen alle staatsinterventie in het gezin die niet in de meeste strikte zin noodzakelijk is, en beschouwen het wenselijker om moeilijkheden op te lossen binnen het bestek van de complexe interpersoonlijke betrekkingen die daarin bestaan. Tevens steunen wij zeer sterk het recht van ouders om hun kinderen naar eigen inzichten op te voeden en er hun levensstijl aan door te geven, vanzelfsprekend binnen de perken die de wet stelt teneinde schade aan het kind uit te sluiten.

Artikel XII:

Wij geloven dat de ruggengraat van een gezonde en bestendige economie moet bestaan in een combinatie van industrie, kmo’s en hoogtechnologische ontwikkeling. Deze vormen de drie pilaren waarop ‘s lands rijkdom steunt. (1) Een land dat niets produceert, maar louter steunt op financiële markten of handel, bouwt kastelen in de lucht en speelt met haar welvaart. Goederen vormen de tastbare substantie van elke robuuste geavanceerde economie. Het spreekt natuurlijk voor zich dat ontwikkelde landen hun productie moeten afstemmen op hoogwaardige, kwaliteitsvolle producten die een hoge mate van technisch en wetenschappelijke vernuft nodig hebben. (2) Ondernemers spelen een cruciale rol in het opbouwen van een middenklasse die voor een gezonde mate van consumptie kan zorgen en kan bijdragen tot de creatie en handhaving van een ‘Belgian dream’, de culturele perceptie dat er een meritocratisch pad bestaat naar welgesteldheid. Door hard en toegewijd werk is het mogelijk een betere toekomst voor zichzelf en zijn kinderen te verzekeren. (3) Technologie wordt steeds belangrijker in een wereld van voortdurende verandering, en het behouden op een voorsprong op de concurrentie is vitaal voor het bewaren van een positie van economisch leiderschap in de wereld. Ons land bezit een aantal troeven, in het bijzonder op het gebied van geneeskunde en biotechnologie, die ze met het oog op de toekomst verder moet ontwikkelen en exploiteren. Vanuit die optiek pleiten we voor de staatsfinanciering van een zekere mate van basisonderzoek. Bovendien achten we het zeer noodzakelijk om een nauwe samenwerking aan te gaan met onze Europese partners, niet alleen voor het bevorderen van onderzoek, maar eveneens de bescherming van technologische kennis tegen spionage vanuit andere grootmachten.

Wanneer het aankomt op rol van Staat in de economie, nemen we een middenpositie in tussen traditionele linkse Keynesiaanse theorieën en de rechtse aanbodeconomie. De Staat int via belastingen een zeer grote hoeveelheid geld, en vormt als zodanig een cruciale actor in het economische gebeuren. Door op de juiste momenten te investeren in publieke diensten kan ze de groei stimuleren en zo verergering van economische dips vermijden. Bovendien is de Staat verantwoordelijk voor het creëren en handhaven van een goede infrastructuur en het verzekeren van de rule of law door eerlijke en consistente arbitrage, beide zeer belangrijke elementen voor de economie. Wij erkennen dat de kapitalistische mechanismen van privébezit, concurrentie en ondernemerschapscultuur hebben geleid tot een zeer hoge mate van welvaart en ontwikkeling. Daarom steunen we deze instituties zonder voorbehoud. Desalniettemin zien we ook de uitwassen van het systeem, en erkennen we dat er bepaalde voorzieningen zijn wiens aard of belang het noodzakelijk maken dat de Staat er het monopolie op heeft: spoorwegen, autowegen, gezondheidszorg, enz. Wij achten het ook wenselijk dat de Staat een zekere verstandhouding en informele relatie onderhoudt met de grote bedrijven die bepaalde grootschalige voorzieningen verzorgen, maar pleiten voor een zware tempering en omkadering van de activiteiten van conglomeraten en multinationals. Een zo groot mogelijk aandeel van de markt moet bewaard blijven voor lokale kmo’s. Binnen deze context is het echter wel mogelijk bepaalde supply-side-maatregelen te nemen, zoals het verlagen van belastingen en het ontwarren van de complexe regulering. Zulke maatregelen komen namelijk hoofdzakelijk mensen ten goede die investeren in de toekomst van ons land en hun lokale economie, waardoor ze het economisch voordeel dat ze ontvangen in de groei van hun ondernemingen zullen steken in plaats van het naar een belastingparadijs te sturen.

Artikel XIII:

Wij beschouwen het milieu als een gemeenschappelijk erfgoed van alle leden van de nationale gemeenschap, en zien het dragen van de zorg ervoor als een verplichting ten aanzien van de huidige en toekomstige generaties. De natie wordt niet slechts verbonden door haar gedeelde culturele substantie, maar eveneens door haar band met de bodem en de zee, de fauna en de flora die deel uitmaken van ‘s lands karakter. Dientengevolge zijn we sterke voorstanders van een beleid dat de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen onderwerpt aan strenge controle door de Staat, teneinde te kunnen verzekeren dat er sprake is van duurzaam verbruik dat geen onherstelbare schade toebrengt door overconsumptie. Verder staan we eveneens passende investering in beschermde natuurgebieden voor, en steunen we maatregelen om ze op verantwoordelijke wijze te ontsluiten voor toerisme en recreatie. Teneinde te verzekeren dat ons natuurerfgoed voor eeuwig bewaard blijft, is het tevens noodzakelijk de jeugd er respect en liefde voor bij te brengen. Natura nos docet – we stellen daarom voor uitstappen naar natuurgebieden tot een integraal deel van het schoolcurriculum te maken en er voldoende hulpmiddelen voor uit te rekken. Ook andere jeugdactiviteiten in de natuur moeten met subsidies ondersteund worden. Vrije tijd in een bos of park is niet alleen goed voor de mentale en fysieke ontwikkeling van jongeren, ze laat ze ook op intieme wijze een appreciatie opbouwen voor een patrimonie waarvoor zij op latere leeftijd verantwoordelijk zullen zijn.

Uiteraard maken wij ons grote zorgen over de kolossale bedreiging die de klimaatverandering voorstelt voor georganiseerd menselijk leven op onze planeet. Wij sluiten ons resoluut aan bij de consensus van klimaatwetenschappers dat er hierbij sprake is van een element van menselijke contributie door de uitstoot van broeikasgassen. Bijgevolg steunen we de algemene inspanning om het gebruik van fossiele brandstoffen te verminderen en over te schakelen op schone, duurzame en hernieuwbare energiebronnen. We gaan uit van een meticuleuze opvolging van de klimaatactieplannen in het kader van de Klimaatovereenkomst van Parijs.